Ik in het kort

Ik ben in in 1966 geboren te Bloemendaal (NH).  Maar langer dan twee maanden heb ik daar niet gewoond. Mijn opa en oma hadden daar, puur door geluk, iets kleins kunnen kopen waar ze de hele familie in wisten te proppen. Alleen  toen ik er nog eens bij kwam was een de kritische massa bereikt. Oftewel tijd om te  verhuizen. Mijn eerste drie  jaren heb ik in Zaandam gewoond, maar daar weet ik eerlijk gezegd niets meer van. Vervolgens zijn we naar Haarlem verhuisd.

Na een tamelijk stormachtige schoolcarrière, die niet bepaalt soepel verliep, kwam ik tot de conclusie dat ik graag dingen wou maken en dat dat precies datgene was wat ik niet op school geleerd had en ook thuis niets van meegekregen had. Dus zat er niets anders op dan mij te laten omscholen tot metaalarbeider. Eerst op de vakschool van de NS, die in Haarlem een hoofdwerkplaats hebben. Vervolgens heb ik in Geleen nog een lascursus gevolgd.

Op mijn 24e vond ik tijd om mijn banden met mijn oude leven definitief door te snijden en liftte ik naar Maastricht. Hier kon ik in een kraakpand onderdak vinden zodat ik een nieuwe stap in mijn leven kon maken.

Na een korte tijd bij een reparatiedok gewerkt te hebben, werd  ik werkloos. Daar de economie tezelfdertijd weer eens door haar hoeven ging, was het aanbod van metaalarbeiders groter dan het aanbod aan werk en bleek mijn werkervaring niet goed genoeg te zijn. Dus toen ik een klein hokje met wandjes van hardboard kon huren, ben ik mijn eigen werkervaring maar gaan creëren.

Op die 10 vierkante meter in de oude spaghettifabriek van Maastricht heb ik voor een bont gezelschap aan mensen werk uitgevoerd en de meest absurde dingen in elkaar gezet. Limmy Scheres hielp ik met het maken van een gevelornament. Met Ines den Rooijen heb diverse gigantische constructies opgezet, of anders wel te water gelaten. De beruchte ijzeren gitaren van Ray Moon vonden het daglicht op de spaghetti factory. Voor Desiree Palmen heb ik nog een zitconstructie gemaakt. De ultieme kubussen van Oscar Creemers werden door mij uit plaat gemaakt.  Zo heb ik nog veel meer mensen geholpen hun ideeën uit te voeren.

Tegelijkertijd begon ik mijn eigen dingen te maken. Aanvankelijk omdat ik zelf gewoon graag mooie dingen in huis wou hebben waar ik geen geld voor had. Maar toen ik “zonder titel 1” af had, bleek het net te groot te zijn voor mijn kamertje van 10 m2. Dus dan maar wat anders. Maar de smaak had ik te pakken, dat stond vast.

Ondertussen hobbelde ik van het ene tijdelijke baantje naar het andere. Vast werk was in de Limburgse metaal  al lastig en is er met de komst van de Oost-Europeanen niet gemakkelijker op geworden. De periodes dat ik op zoek moest naar “een nieuwe uitdaging” kon ik mooi vullen door mij zelf uit te dagen met het maken van dingen die niet alleen creatief een uitdaging waren, maar ook technisch. Met een leuke collectie als gevolg.

Mijn eerste expo kon ik houden in de B92 aan de Boschstraat in Maastricht (tegenwoordig B32). Ik kon mijn spulletjes neerzetten in de tuin. Een plek waar mijn beelden zonder meer erg goed tot hun recht kwamen. De afspraak was dat de exposerende kunstenaars zelf verantwoordelijk waren voor het openen en bemensen van de expositie ruimte, wat mij betreft geen probleem. Omdat het in die tijd lekker weer was zette ik dus maar een stoel op straat zodat ik, gewapend met een goed boek en een kan koffie, kon wachten op de horden kunstminnend publiek. Al snel viel het mij op dat veel mensen het een beetje te spannend vonden om naar binnen te gaan; een steelse blik door de etalage tot daar aan toe, maar over die drempel was best eng. Dus iedereen die naar binnen keek, moest ik even helpen door te zeggen:”U mag best binnen kijken hoor”.  Nog nooit hadden ze daar zulke hoge bezoekers aantallen gehad.

In 2005 kwam ik tot de conclusie dat ik in mijn kunstzinnige carrière tegen twee muren aanliep:

Eén, in Nederland is niet het meest ideale klimaat voor mijn werk. Dat geeft verder niet, maar het  is wel een stukje lastiger om mijn publiek te bereiken als ze niet om de hoek wonen. Verder is en blijft exposeren een ongelofelijke hoop gesleep en gesjouw met spullen. Als dat dan ook nog eens niets oplevert is dat een beetje zonde van de energie.

Twee,  veel mensen vinden mijn werk leuk voor in de tuin. Alleen is mijn werk tot op heden niet erg weerbestendig. Daarnaast kost weerbestendig materiaal een beste zak met geld die ik ook al niet had. Tot nog toe maakte ik bijna alles van schroot- en afval materiaal.

Dus besloot ik, in overeenstemming met mijn hang naar zelfstandigheid, dat ik maar het beste mijn eigen mecenas kon worden. Om dat te bereiken was het wel handig om een ietsje meer opleiding op mijn cv te hebben staan. Vandaar dan ook dat ik naar Den Haag verhuisde en mij inschreef voor de deeltijdopleiding HTS-wtb.

Het volgen van deze opleiding vrat nogal wat gaten in mijn beschikbare tijd. Toch was het meer dan de moeite waard. Door het volgen van deze opleiding heb ik met een hoop nieuwe technieken kennis kunnen maken. Zo ben ik sinds kort de trotse bezitter van een 3D-printer en ben ik de mogelijkheden van het 3D-scannen aan het onderzoeken, evenals het 3D-modeleren. In de nabije toekomst zal dit hopelijk uitmonden  in veel nieuw werk.

Vorige zomer is de spaghettifabriek ten langen leste gezwicht voor de tand des tijds en de natuur die haar fundamenten steeds verder opvrat; ooit was er al een laagveen ontstaan op het platte dak. Ingrijpende vernieuwings- en verbouwingsplannen vinden nu plaats die moeten gaan uitmonden in een nieuwbouwcomplex. Dit was dan ook de reden dat ik vorig jaar zomer mijn kelder moest ontruimen. Gelukkig heb ik een nieuw plekje gevonden, waar ik een nieuwe fase inga. De toekomst ligt voor mij.

Aldus, Den Haag 12 juni 2015.